News Made Clear · Laden…
De jaarlijkse toegevoegde waarde van de Nederlandse infrastructuur steeg tussen 1995 en 2024 van circa 39 miljard naar 116 miljard euro, meldt het CBS. Die verdrievoudiging is niet gecorrigeerd voor inflatie. Het aandeel in de totale economie werd juist kleiner.
Beoordelingsinformatie wordt opgehaald.
Ondanks de verdrievoudiging in euro’s werd het aandeel van infrastructuur in de Nederlandse economie kleiner. In 1995 was infrastructuur goed voor 12,9 procent van de totale toegevoegde waarde, in 2024 voor 11,6 procent. Die daling verliep niet onafgebroken: in 2022 lag het aandeel nog op 13,2 procent. [1]
De bedragen gaan over bruto toegevoegde waarde: de extra waarde die jaarlijks ontstaat door het gebruik en de aanleg van infrastructuur. Het gaat dus niet om de waarde van alle aanwezige wegen, netten en andere voorzieningen, of om het bedrag dat daarin wordt geïnvesteerd. Hoe groot de groei na correctie voor inflatie is, blijkt niet uit de publicatie.
Het CBS deed het onderzoek op verzoek van Next Generation Infrastructures (NGinfra). Daarbij hanteert het statistiekbureau een brede afbakening. Het telt dertien bedrijfstakken mee in de productie- en leveringsketens voor onder meer energie, vervoer, informatie en telecommunicatie, waterbeheer, drinkwater en afvalbeheer. Infrastructuur betekent hier dus meer dan wegen en spoorlijnen. [1]
Het CBS schrijft het kleinere economische aandeel sinds 2014 grotendeels toe aan de afbouw van de aardgaswinning. Binnen de infrastructuur daalde het aandeel van delfstoffenwinning van 16 procent in 1995 naar 5 procent in 2024. Energiebedrijven zagen hun aandeel juist stijgen van 12 naar 19 procent. Daarmee leverden zij in 2024 de grootste bijdrage, volgens de voorlopige bedrijfstakcijfers. [1]
Veruit de meeste toegevoegde waarde komt uit de exploitatie van bestaande infrastructuur. In 2024 ging het om ongeveer 109 miljard euro. Aanleg van nieuwe infrastructuur en groot onderhoud waren samen goed voor 7,3 miljard euro aan toegevoegde waarde. Ook dat laatste bedrag is dus geen optelsom van de investeringsuitgaven. [1]
Ook het aantal werkzame personen groeide, van 524.000 naar 681.000. Die toename van 30 procent bleef achter bij de groei van 41 procent in de hele Nederlandse economie. Er werkten dus meer mensen in infrastructuurgerelateerde bedrijfstakken, maar hun aandeel in het totaal nam af. [1]
1 vermelde bronnen · bekijk bewijs, beperkingen en bronketens.
Log in om dit artikel een duimpje omhoog of omlaag te geven.
Besloten testdiscussie. Reacties zijn meningen van lezers en worden nog niet automatisch op feiten gecontroleerd. Bewerken kan tot 60 seconden na plaatsing.
De volgorde geldt voor hoofdreacties; antwoorden staan daaronder van oud naar nieuw. Nieuwe reacties en likes kunnen de volgorde wijzigen. Ververs voor de actuele rangschikking.
Reacties laden…