Amsterdamse aandelen sluiten hoger dankzij winst Shell en SBM Offshore
De Amsterdamse aandelen sloten maandag hoger. De AEX steeg 0.4% en Shell en SBM Offshore behoorden tot de stijgers.
De Amsterdamse aandelen sloten maandag hoger. De AEX steeg 0.4% en Shell en SBM Offshore behoorden tot de stijgers.
Gespreid over rubrieken en onderwerpen.
Laatst gepubliceerd · Revisie 3
Amerikaanse invoerheffingen uit 2018–2021: de invoering, de verdeling van kosten en de latere onderzoeksresultaten. Dit hoofdstuk beschrijft niet de tarieven die vandaag gelden.
Amerikaanse importeurs droegen in 2018–2021 vrijwel alle kosten van de onderzochte invoerheffingen, concludeerde de USITC. Maar de rekening aan de grens is niet hetzelfde als de rekening in de winkel.
Wie betaalt de rekening als een land invoerheffingen oplegt? Het antwoord begint bij de importeur, maar eindigt daar niet. Bedrijven kunnen hogere kosten zelf opvangen of doorberekenen. Dat onderscheid is essentieel om het effect van handelsbeleid te begrijpen.
Bij de Amerikaanse heffingen die de USITC over 2018–2021 onderzocht, stegen de invoerprijzen inclusief heffing gemiddeld vrijwel evenveel als de heffingen zelf. De kosten kwamen daarmee vrijwel volledig bij Amerikaanse importeurs terecht. Het rapport verscheen in 2023. [1][2]
Een importeur kan kosten doorberekenen, maar ook genoegen nemen met een lagere marge. Hoe de rekening uiteindelijk wordt verdeeld, hangt onder meer af van de concurrentie en de ruimte om prijzen te verhogen.
De importeur en de consument zijn dus niet dezelfde schakel. Dat onderscheid staat ook centraal in de analyse van Matthew Higgins, Thomas Klitgaard en Michael Nattinger uit 2019. Hun bijdrage op de website van de New York Fed biedt aanvullend inzicht, maar onderzoekt niet precies dezelfde periode en vragen als het latere USITC-rapport. [3]
De USITC schatte dat de heffingen de productie van Amerikaanse staal- en aluminiumproducenten verhoogden. Voor bedrijven die deze materialen verwerken, werkten hogere materiaalkosten juist remmend op de productie. [1]
Die sectorverschillen maken een eenvoudig totaaloordeel lastig. Meer productie in één sector is niet automatisch winst voor de hele economie. Het rapport geeft geen volledig oordeel over het economische saldo van het beleid. [2]
De staal- en aluminiumheffingen traden onder Trump op 23 maart 2018 in werking. Het latere onderzoek laat zien hoe de kosten van de onderzochte maatregelen in die periode doorwerkten.
Datums verwijzen naar gebeurtenissen. De volgorde bewijst geen oorzakelijk verband.
De Commissie publiceert onderzoek naar handels-, productie- en prijseffecten over 2018–2021.
Wie de heffing betaalt, draagt niet per definitie alle uiteindelijke kosten. De bevinding dat importeurs hogere invoerkosten dragen, bepaalt nog niet hoeveel daarvan in de winkelprijs terechtkomt. Een bedrijf kan bijvoorbeeld zijn marge verlagen of de verkoopprijs verhogen.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt dat zichtbaar. Kost een product bij invoer 100 euro en komt daar 10 euro heffing bij, dan bedragen de invoerkosten 110 euro. De winkelprijs volgt daar niet rechtstreeks uit: ook marges, overige kosten en concurrentie spelen mee. Dit is een fictief voorbeeld, geen gemeten prijseffect.
Voor een oordeel over nieuwe heffingen zijn daarom actuele gegevens en een precieze afbakening nodig: welk product, welk land en welke periode? Het onderzoek over 2018–2021 biedt achtergrond, geen kant-en-klaar antwoord voor een latere maatregel.
Het onderzoek gaat over 2018–2021 en stelt niet vast hoe alle heffingen in 2026 doorwerken. Het USITC-persbericht en het rapport beschrijven hetzelfde onderzoek; het zijn geen twee onafhankelijke bevestigingen. De auteursanalyse op de website van de New York Fed vormt evenmin een herhaling van alle USITC-resultaten.
Langetermijneffecten, veiligheidsdoelen en het volledige economische saldo vallen buiten deze conclusie. Dit artikel is met AI opgesteld en aan de vermelde bronnen getoetst. Onafhankelijke menselijke eindcontrole staat nog open.
Vergelijk gepubliceerde versies. De toelichting verklaart de wijziging; aantallen tonen welke onderdelen zijn aangepast, niet of een conclusie daardoor juist is.
De keuze in deze lijst geldt alleen voor deze weergave. Bezoekgeheugen wordt apart beheerd bij privacykeuzes.
Geografische labels toegevoegd. De oorspronkelijke inhoud, bronnen en beoordelingen zijn ongewijzigd.
Ten opzichte van gepubliceerde revisie 2
De oude teksten worden hier niet opnieuw getoond. Een extra bron is niet automatisch nieuw of onafhankelijk bewijs.
Tekst en opmaak aangescherpt. Bronnen en feitelijke beoordelingen zijn ongewijzigd. Met AI opgesteld; onafhankelijke menselijke eindcontrole staat nog open.
Ten opzichte van gepubliceerde revisie 1
De oude teksten worden hier niet opnieuw getoond. Een extra bron is niet automatisch nieuw of onafhankelijk bewijs.
Besloten proefartikel, opgesteld met AI. Historische bronnen gecontroleerd door de assistent; onafhankelijke menselijke eindcontrole staat nog open.
Er is nog geen eerdere publicatie om mee te vergelijken.
Het belangrijkste onderscheid blijft dat tussen invoerkosten, consumentenprijzen en het totale economische effect. Wie een uitspraak over heffingen beoordeelt, moet eerst weten over welke van die drie het gaat.
De beleidsinvoering gaat vooraf aan het terugblikkende onderzoek. Deze tijdsvolgorde is op zichzelf geen bewijs voor een economisch causaal effect.
Beide publicaties helpen de vraag naar kostendoorwerking te onderzoeken. Periode, methode en reikwijdte verschillen; het zijn geen twee identieke metingen.